Informatie blad


Verlokkende klimplanten


De passiebloem behoort tot de echte klimmers. (Foto: PPH)

Onze tuin is meestal niet zo groot en we willen maximaal leefruimte, maar ook groen. Dan is er maar één oplossing: de hoogte in! Tegen schuttingen, palen, pergola’s, draad en gaas, betonijzer en latwerken, over schuurtjes en muren: laat maar klimmen. En mooi dat dat kan zijn! Rijke bloei, geur en groenblijvers? Het is er allemaal. In ongelooflijke variatie. Hieronder noemen we een paar mogelijkheden.

In het tuincentrum ontdekt u bij het bord ‘klimplanten’ een rijkdom aan planten die soms helemaal geen klimplanten zijn, maar heesters die plat tegen een muur kunnen worden geleid. Denk maar aan vuurdoorn (Pyracantha) of klimrozen die aangebonden moeten worden. Dat geldt ook voor soorten als Japanse sierkwee (Chaenomeles), rotsmispel (Cotoneaster), de prachtige Marokkaanse brem (Argyrocytisus) en zelfs bijvoorbeeld een plat gesnoeide moerbei (Morus) of leipeer (Pyrus).

De echte klimmers
Bij de echte klimplanten, die wel zichzelf verankeren en omhoog werken, komen een paar groepen voor. Er zijn soorten met blad- of takranken of anders gevormde hechtranken die ze ergens omheen winden. Zulke planten klimmen graag in gaas. Dat zie je bij Clematis, passiebloem (Passiflora) en de druif (Vitis). De wilde wingerd (Parthenocissus) heeft hechtranken met een soort zuignapjes (weghouden van schilderwerk!).
Een tweede groep planten klimt met behulp van hechtwortels. Daar horen de vele tientallen klimopvormen bij (Hedera), maar ook de rijkbloeiende trompetklimmer (Campsis) en de klimhortensia (Hydrangea anomala subsp. petiolaris).
Een derde groep slingert zich om dingen heen. Voorbeelden zijn de boomwurger (Celastrus), de enorm wild uitgroeiende bruidssluier (Fallopia aubertii), de hop (Humulus), blauweregen (Wisteria), kamperfoelie (Lonicera) en de Duitse pijp met zijn grote bladeren en bruine bloemen (Aristolochia durior). Ze winden óf linksom óf rechtsom. Dat verschilt per soort. Probeer het niet anders te doen. Ze willen maar één kant op.
Tenslotte is er een snel groeiende groep klimplanten die alleen als kuipplant gehouden kan worden omdat ze hier niet helemaal winterhard zijn. Maar wel erg mooi, zoals de sterjasmijn (Trachelospermum jasminoides) met zijn verrukkelijk geurende schermen witte bloemen of Solanum crispum, de blauwe Oxypetalum of de geheimzinnige Paederia. Echt planten om erg nieuwsgierig naar te worden! En dan hebben we het nog niet eens over vruchtdragers gehad als kiwi, druif, Japanse wijnbes en braam.

Ze zijn er voor iedere plek
Zon of schaduw, droog of nat. In klimplanten is er keuze te over voor iedere situatie. Ze zijn ook erg goed te combineren. Neem klimop als altijdgroene basis met daar doorheen klimrozen en clematissen met kleuren en bloeitijden die elkaar aanvullen. Of combineer blauweregen met een druif. Plant klimmers bij muren op ca. 40 afstand voor de muur. Vlak bij een muur is de grond vaak erg droog. Verrijk de grond in de plantgaten met veel organisch materiaal. Zet de planten even diep in de grond als ze in hun pot staan, maar plant clematissen 15 cm dieper. Zorg bij clematissen voor schaduw bij de wortels door andere planten aan hun voet te zetten. Laat blauweregen zich niet om regenpijpen winden. Die knijpen ze op den duur kapot. En ontdek dat de meeste klimplanten maar heel weinig onderhoud vragen!


Tot ziens bij Gerben Calkhoven. Het gezelligste tuincentrum van Nijverdal

Stuur mij tuintips per e-mail: